Schepen Ivo Andries bezorgd over besparingen bij De Lijn
Ivo Andries, schepen van Mobiliteit, heeft in een scherpe brief aan Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder zijn grote bezorgdheid en ontevredenheid geuit over de huidige besparingsronde bij vervoersmaatschappij De Lijn. Volgens de schepen dreigen de aanpassingen het openbaar vervoer minder aantrekkelijk te maken, net op een moment dat de omslag naar duurzaamheid cruciaal is.
De recente wijzigingen in het netwerk van De Lijn wegen zwaar op de reizigers. Rechtstreekse verbindingen verdwijnen en het aantal verplichte overstappen neemt toe. Voor schepen Andries is de maat vol: “Dit betekent niet alleen een langere reistijd, maar ook een aanzienlijke vermindering van het gebruiksgemak. Het staat haaks op onze ambitie om mensen vaker uit de auto en op de bus of tram te krijgen.”
Een van de grootste pijnpunten die de schepen aanhaalt, is de machteloosheid van de lokale besturen. Hoewel steden en gemeenten dagelijks werken aan een beter lokaal mobiliteitsbeleid, hebben zij volgens de schepen nauwelijks inspraak in de ingrijpende wijzigingen die De Lijn doorvoert.
„Steden en gemeenten moeten deze wijzigingen simpelweg ondergaan, zonder voldoende inspraak of compenserende maatregelen,” aldus Andries.
De schepen wijst erop dat het huidige beleid lijnrecht botst met de doelstellingen van het Routeplan 2030, dat juist inzet op efficiënt en toegankelijk vervoer. De vrees bestaat dat de reiziger de rekening betaalt en uit pure noodzaak opnieuw voor de auto zal kiezen. Dit zou jaren aan inspanningen voor een groenere mobiliteit tenietdoen.
In zijn brief aan minister De Ridder eist de schepen duidelijkheid. Hij vraagt de minister om te onderzoeken of er nog budgettaire mogelijkheden zijn om de negatieve impact van de besparingen te beperken. De centrale vraag blijft: zijn er alternatieven of extra middelen om de kwaliteit en de rechtstreekse verbindingen alsnog te vrijwaren?
Het stadsbestuur hoopt op een spoedig en constructief antwoord van de minister om een verdere achteruitgang van het openbaar vervoer in de regio te voorkomen.